Theatermaggezien ®
omdat theater belangrijk is...
ARCHIEF 2000 - 2014

Puberclichés.
De Claesfabriek en Laika, Sleeping bee (+12)
28 Januari 2007

Het is natuurlijk zeer nobel om een productie te maken voor een doelgroep waar er weinig voor is: de 12 en 13-jarigen. Ze vallen tussen kinder- en jongerentoneel. Ze zijn eigenlijk geen kind meer, maar ook nog geen puber. Ze zijn te groot voor servet en te klein voor tafellaken. Over dat gegeven en de problemen die de innerlijke en uiterlijke veranderingen met zich meebrengen, heeft de jonge regisseuse Karen Claes een productie gemaakt.

De uit Antwerpen afkomstige Karen Claes (1976) studeerde aan de Toneelacademie van Maastricht, en ging na haar studies aan de slag in Nederland. Nu komt ze terug naar Vlaanderen. Dat is op zich natuurlijk geen nieuws, maar het is wel belangrijk om haar eerste productie voor jongeren te duiden. Ook in het kinder- en jeugdtheater zie je verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. In Nederland wordt er in het jeugdtheater eerder wat realistischer gespeeld dan in Vlaanderen, ook wat lacheriger, en krijg je sneller een uitbeelding van een verhaal dan een uitdieping. (Dit is een constatering van algemene aard. Allicht zijn er uitzonderingen, zowel in het Nederlandse, als in het Vlaamse professionele jeugdtheater). Claes’ eerste productie Sleeping Bee komt eerder Nederlands over dan Vlaams, ook al is ze in coproductie met Laika, een van de betere Vlaamse jeugdtheatergezelschappen gemaakt.

Sleeping Bee pretendeert een monoloog te zijn voor twee. Het is het uitgesproken verhaal van een meisje van twaalf dat zich tussen kind en puber bevindt. Je hoort dus de twee stemmen, die vertolkt worden door twee actrices. Daar staan ze: met een roze pruik, met strakke discokleren, met geijkte gesticulaties, met een vlot mondje. Ze hanteren een lekker lopend turbojongerentaaltje, ze ratelen als bakvisjes, ze giechelen als bakvisjes, ze zijn als bakvisjes. Karen Claes noemt de gehanteerde speelstijl een “uitvergroot realisme”. Heel herkenbaar voor de doelgroep denk ik. En die identificatie zal veel succes hebben.
Maar van goed jeugdtheater verwacht ik meer. Je kunt heel veel clichés op d scène brengen, in taal, problematiek, houding,situatie, enz., maar het komt erop aan om boven die stereotiepe nabootsing ook iets te scheppen. De clichés te doorbreken, of ermee te spelen, er in ieder geval iets mee te doen. En dat gebeurt té weinig in Sleeping Bee. De actrices brengen heel vlot de tekst, en de ingestueerde bewegingen in het spel wervelen best wel als herkenbare dansbewegingkjes uit clips. De stemmen van de ouders hoor je alleen op band,en klinken heel zagerig, zoals ouders bij pubers in de oren klinken. Op het einde als het kind eindelijk puber is, klinkt de stem van vader gewoon, maar dan is het te laat. Theatraal gezien had die wending er eerder moeten komen. Nu erger je je eigenlijk constant aan de clichés die met emmers over je uit worden gespoeld. Er wordt wat afgeproest in de puberongein. Een triestig voorval in het gezin zorgt wel voor een ommekeer, maar net niet genoeg. In vorm en beeld worden de realo-clichés wel doorprikt: de scène is geen nagebootste tienerkamer, en als het nacht is, krijgen de kasten en het grote bed leuke kleureffecten.
Sleeping Bee is qua theater – om in het idioom te blijven – meer dan een servet, maar nog te klein voor een tafellaken. Het is het eerste luik van een trilogie die Karen Claes over puberteit heeft gemaakt. Ik hoop dat de volgende twee producties niet aan hetzelfde euvel gaan lijden.


Nog t/m 8 februari 2007.

Info: www.laika.be

Dit artikel werd reeds 345 keer gelezen.auteur(s):Tuur Devens